Duitslandweb
Afscheidsbrieven uit de oorlog alsnog ‘bezorgd’
Achtergrond - 1 mei 2026 - Auteur: Lynn StrooIn de Stadelheim-gevangenis in München (Beieren) werden tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan duizend mensen geëxecuteerd. Voor hun dood mochten de gevangenen een afscheidsbrief schrijven voor hun familie. Sommige brieven werden nooit bezorgd, maar achtergehouden in de executie-dossiers. Door een samenwerking van de Arolsen Archives, een belangrijk archief in het Duitse plaatsje Bad Arolsen, met het staatsarchief in München, is het gelukt om een deel van de brieven meer dan tachtig jaar later alsnog bij nabestaanden te bezorgen. “Familieleden zitten vaak decennialang met onbeantwoorde vragen”.
© Arolsen Archives/ Magdalena BernardNabestaanden van de Poolse dwangarbeider Mieczysław Kopyto nemen zijn afscheidsbrief in ontvangst in de Arolsen Archives, 2025.
Onder de naam #lastwords begon vorig jaar de missie om de afscheidswoorden van ongeveer vijftig brieven alsnog over te brengen. Binnen een aantal maanden werden de eerste familieleden al gevonden, vertelt woordvoerster Anke Münster van de Arolsen Archives, het grootste archief over slachtoffers van de nazivervolging ter wereld. Dat gebeurde mede door de inzet van vrijwilligers in verschillende landen. “We vonden een dochter van een man die vlak voor haar geboorte werd geëxecuteerd.”
Deze Lorenz Frühschütz was in de Stadelheim-gevangenis beland nadat hij tijdens de oorlog een oproep voor militaire dienst bij de Wehrmacht had genegeerd. Als reactie werd hij opgepakt en op 12 oktober 1943 met vijf andere gevangenen onthoofd.
“Frühschütz schreef in zijn afscheidsbrief dat hij wenste dat zijn ongeboren dochter de naam Zenta zou krijgen. Maar omdat de brief nooit werd bezorgd, wist zijn vrouw dat niet”, vertelt Münster. Ook schreef hij in zijn brief: “Vertel iedereen dat ik niet als moordenaar ben gestorven. Ik ben gestorven omdat ik alleen maar wilde wat al tien jaar was beloofd: vrede, nooit meer oorlog.”
In oktober vorig jaar lukte het om in contact te komen met zijn dochter Helga en haar over de afscheidsbrief te vertellen. Ze krijgt binnenkort een reproductie, het origineel blijft in het archief. Voor de inmiddels 82-jarige vrouw waren de woorden van haar vader van grote waarde. Münster: “Ze wist niets over zijn executie, alleen dat hij in de oorlog was gestorven. Ze heeft ook haar moeder vroeg verloren, dus ze kon niets meer navragen.”
Het zoeken naar familieleden is in sommige gevallen lastiger, vertelt Münster. “Het executie-dossier uit het archief is een goede uitgangsbasis, daar stonden de persoonsgegevens en adressen in van de terdoodveroordeelden. Maar veel van de slachtoffers waren destijds jong en hadden nog geen eigen gezin. Dat maakt het zoeken naar directe familieleden lastiger.”
Het project leunt daarom sterk op de hulp van goede onderzoekers, die vrijwillig zoeken in archieven of in dorpen navraag doen. “Zij hebben bijvoorbeeld een kleinzoon van een Poolse man gevonden, terwijl aanvankelijk alle sporen in de zoektocht doodliepen. De vrijwilligers vonden wel een familiegraf en hebben daarop een briefje achtergelaten met het verhaal over de afscheidsbrief uit de Stadelheim-gevangenis. Zo kwamen ze met de kleinzoon in contact. Dat zijn manieren die wij als archief alleen niet voor elkaar kunnen krijgen.”
Inmiddels zijn van vijftien briefschrijvers nabestaanden gevonden. Enkelen van hen kwamen deze week voor het eerst samen in München, tijdens een bijeenkomst over het project #lastwords. Münster: “Niet alle nabestaanden staan open voor de brieven en verhalen uit het verleden. Voor sommigen is dat soms te emotioneel beladen. De meeste familieleden vinden het juist heel belangrijk. Zij hebben vragen die al decennialang onbeantwoord zijn en dat beïnvloedt hun leven.”
Ook voor een breder publiek hebben de afscheidsbrieven betekenis, stelt Münster. “Het zijn stuk voor stuk menselijke verhalen. Het gaat bij dit project niet om de ‘miljoenen slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog’, maar om heel concrete levensverhalen die herkenbaar en invoelbaar kunnen zijn.” Bovendien, vertelt Münster, hadden de geëxecuteerden in de Stadelheim-gevangenis vaak maar geringe misdaden gepleegd.” Ze hadden bijvoorbeeld een koffer gestolen, of, zoals Frühschütz, militaire dienst geweigerd. “Dat dit soort misdaden in het nazi-systeem meteen met de doodstraf werden beantwoord, is vaak niet bekend.” Het project #lastwords richt zich volgens Münster op een onderbelicht perspectief: “Er is lange tijd niet aan deze slachtoffers gedacht, zij werden als crimineel gezien. Ik vind het heel belangrijk dat we over slachtoffergroepen praten die lange tijd gemarginaliseerd zijn.”
Het project #lastwords laat zien dat kleine puzzelstukjes in een mensenleven van grote betekenis kunnen zijn. In het Arolsen-archief liggen zo’n 30 miljoen documenten. Daarnaast bewaart het archief rond 2000 persoonlijke bezittingen van concentratiekampgevangenen. Die kreeg het archief om de nabestaanden op te sporen en de bezittingen terug te geven. Daarbij schakelt het regelmatig de hulp in van het publiek. Een internationale gemeenschap van vrijwilligers helpt mee.
Aan #everynamecounts, een initiatief om zoveel mogelijk namen en data van slachtoffers te digitaliseren, deden tot nu toe ruim 400.000 mensen mee. Dat helpt om steeds meer documenten online doorzoekbaar te maken. Münster: “Het idee ontstond net voor de lockdowns in coronatijd. Het is heel eenvoudig: vanachter een computer of zelfs een telefoon kan iedereen meehelpen.” Het is naast een databank ook vooral een ‘digitaal monument’ geworden, zoals het archief het noemt op zijn website.
Voor het project #lastwords is veel meer tijd en geduld nodig, zegt Münster. De zoektocht naar familieleden van de briefschrijvers in de Stadelheim-gevangenis gaat voorlopig door, al is al duidelijk dat niet alle brieven bij familieleden terecht zullen komen. Sommige lijnen lopen simpelweg dood. Daarnaast heeft het project ook weer nieuwe vondsten opgeleverd. Tijdens onderzoek in diverse archieven werden nog meer onverzonden afscheidsbrieven uit de nazitijd gevonden. Münster: “Zo vond onze onderzoeksassistent in het Beierse staatsarchief nog een dossier van een Nederlands slachtoffer met een brief. Die hebben we nog niet verder kunnen onderzoeken.”
Münster denkt dat er nog meer Nederlandse slachtoffers in de zoektocht kunnen opduiken, bijvoorbeeld in de archieven over slachtoffers van het zogenoemde Nacht- und Nebel-Erlass. Dat was een strafmaatregel van de nazi’s tegen verzetsmensen, vooral in de bezette gebieden zoals Nederland. Zij werden opgepakt en verdwenen vervolgens ‘in nacht en nevel’. Münster: “De gevangenen verdwenen, hun familie hoorde niets meer van ze. Dat was precies de bedoeling, het was een afschrikkingsmaatregel zodat mensen niet tegen de nazi’s in verzet kwamen.” Deze gevangenen werden naar concentratiekampen gestuurd, of geëxecuteerd. “Brieven schrijven was misschien wel toegestaan, ook al werden die nooit verstuurd. We zoeken nu uit in welke archieven deze brieven allemaal kunnen zijn.”
Of het project #lastwords daarmee een vervolg krijgt, is nog open: “We willen eerst zoveel mogelijk brieven uit de Stadelheim-gevangenis alsnog bezorgen.”
Lees meer over 'Nationaal-socialisme':
Buruma schetst dagelijks leven in Berlijn in nazitijd
In 'Blijf in leven' wekt Ian Buruma met dagboeken en brieven van gewone mensen Berlijn in de nazitijd van binnenuit tot leven.
Hoe honger in Duitse lesboeken werd gepolitiseerd
Anne van Mourik onderzocht hoe oorlogshonger een rol speelde bij de staatsvorming in Oost- en West-Duitsland.
Duitse musea eisen actie tegen AI-beeld Holocaust
Duitse musea waarschuwen voor de gevaren van AI-gegenereerde content over de Holocaust op sociale media.
Historici vinden foto's deportatie Hamburg
Foto's van deportaties van Joden waren verkeerd gearchiveerd en bleven onontdekt. Tot nu.

Reacties
Geen reacties aanwezig