Duitslandweb logo Duitslandweb

In der Ferien
Column: Voor de klas

Columns - 1 mei 2017 - Auteur: Iduna Paalman

De eerste en de vierde hebben we gehad, de derde moet nog. Bij de eerste en de vierde krijg ik het abstracte denken van de onderbouwleerlingen nét over de streep, bij de derde wordt het te veel, zo schat ik in. “Hoe lang gaat dit nog duren?” vraagt een jongen uit twee havo.

In der Ferien © wiki/Darkona/cc
Vakantie in Duitsland: bijvoorbeeld aan het strand van Warnemünde

Het gaat hier natuurlijk over de naamvallen, die trouwe paarden die al sinds de grammaticalisatie van het Indo-Europees met hun hoeven staan te schrapen in hun stallen. Gebruik ons, briesen ze, zie ons, liefkoos ons. En ja, na vijf jaar studeren zie ik er heus de charme wel van in. En toen ik voor het eerst in het Duits een grap maakte - ik studeerde in Berlijn en had net wat voorzichtige vrienden gemaakt - waarin ik zowel de naamvallen goed gebruikte als van mijn Duitse gezelschap een gulle lach ontving, was ik heus heel opgetogen en blij. Net als toen ik kon concluderen dat de combinatie ‘mit die’ voor mij giftig was gaan klinken, of ‘gegen dem’.

Columnserie 'Voor de klas'
Docenten Duits zijn schaars. Met verschillende initiatieven wordt geprobeerd het vak aantrekkelijker te maken. Duitslandweb volgt beginnend docent Duits Iduna Paalman die over haar leservaringen schrijft.

Maar kinderen uit twee havo hebben geen vijf jaar gestudeerd, laat staan Duits. Zij horen geen paarden briesen en vinden eigenlijk alles giftig klinken. Dus neemt de lesmethode ons bij de hand en helpt ons door de stugge stof, leer ik de tweedeklasser van nu met behulp van vrolijk gekleurde Lernecken dat het ‘wir sind in der Stadt’ en ‘wir gehen in die Stadt’ moet zijn. En de tweedeklasser? Die zucht weerloos, stampt de rijtjes en vindt Duits vanaf nu het meest rottige vak van het rooster.

Het is ergens ook belachelijk. Je bent veertien jaar en maakt kennis met een vreemde taal. Het doel zou dan toch moeten zijn dat je daar enthousiast en nieuwsgierig van wordt, dat je denkt: hee, die vreemde taal, dat vreemde land, hoe zit het daar? Natuurlijk hoort grammatica bij dat kennismaken. En woordjes, en zinnetjes. Maar ik moet die veertienjarigen nu genadeloos afrekenen op dat ze ‘in der Ferien’ schrijven, waardoor het hen vaak compleet ontgaat dat het leuk zou zijn om 'in der Ferien' eens naar Duitsland te gaan.

“Dit gaat nog duren totdat je over een paar jaar in de gymzaal je eindexamen maakt”, zeg ik tegen de jongen. “Tenminste, als je Duits als keuzevak kiest.” Ik zie hem in stilte zijn conclusies trekken.

Een meisje uit mijn enige gymnasiumklas vindt het leuk. Die zegt: “Maar juf, hier staat DEM! Is dat dan misschien de datief? Ja, dat moet wel, want kijk…” Ze begint het me uit te leggen. Zij schrikt niet terug van briesende paarden, wordt wel benieuwd van regeltjes en rijtjes, vindt het interessant om zo een vreemde taal te beteugelen (en haalt dan ook met gemak een 10 voor een invuloefening). Het is heel verleidelijk om dit meisje leuk en ijverig te vinden, en die jongen irritant en zeurderig.

Maar laten we vooral niet vergeten dat een vreemde taal voor de meeste kinderen gewoon een hoog hek is, en voor heel veel tweedeklassers de naamvallen (om er nog maar eens een beeld voor te gebruiken) die speerachtige punten daar bovenop – zodat ze het wel uit hun hoofd laten eroverheen te klimmen.

Tags: onderwijs, Duits

Reacties

Milou Hupscher - 29 mei 2017 20:19

Gewoon weer alle rijtjes laten leren, niet dat softe alleen de 1e en 4e naamval. De kinderen kunnen het best aan. Als leraren Duits al de indruk wekken dat naamvallen te moeilijk zouden zijn, hoe wil je leerlingen dan nog motiveren. Op jonge leeftijd kunnen kinderen heel goed uit het hoofd leren, benut dit. Het is een glijdende schaal dat we nu overwegen leerlingen niet meer op fouten af te rekenen. Zorg dat ze het horen te weten, zo leer je een taal.

Reageer
Harry Vreeswijk - 17 mei 2017 17:35

In ieder geval niet met benamingen als "datief" beginnen, maar de functie a.d.h.v. Nederlandse naamvallen uitleggen: ik/mij, jij/jou, zij/haar/, hij/hem, wij/ons, (jullie = je-lui werkt niet), zij/hen (acc.)/hun (dat.) (wel wat verouderd, maar als uitleg bruikbaar: het Nederlands is gewoon wat rommeliger, net als sommige Duitse dialecten: "Zij (ze) komen morgen op Schiphol aan. Ik zal hen (ze) wel ophalen en hun (ze) meteen al ons cadeau geven." En: "in de stad wonen / de stad in gaan" etc.

Reageer
Stephan Schleim - 17 mei 2017 16:05

Welk een mooi beeld met de briesende paarden! Heel goed geschreven.

Toen ik 14 was werd ik "gedwongen" om Frans als derde taal te leren. Ik wilde er niets van weten. Het is een moeilijke taal en op die leeftijd vond ik gewoon andere dingen leuker.

Na 7-8 jaar in Nederland te wonen kan ik zeggen: sommige dingen leer je alleen als je in het land woont; en zelfs na al die jaren moet ik nog dagelijks de Van Dale raadplegen (preposities; de/het; spelling).

Prikkel vooral hun nieuwsgierigheid!

Reageer
J.P. Uittenbroek - 17 mei 2017 15:49

Beste Kevin,
Ik reageer niet vaak, maar ... als iemand "zeit" in een rijtje heeft wel!

Reageer
Peter - 17 mei 2017 15:32

Bij mondeling gebruik, kun je nog wel eens iets wegmoffelen. Maar schriftelijk moet het goed blijven, dus ja fout rekenen.

Reageer
Henk Smout - 15 mei 2017 14:04

Op school had ik als Duits voor vakantie het woord Ferien geleerd.
Mijn grootvader had in Duitsland gewerkt en kende een heel ander woord: Urlaub.

Reageer
Wiebke Pittlik Henk Smout - 16 mei 2017 16:39

Ja klopt, en welk woord je moet gebruiken hangt van de context af. Dat is een lastig onderscheid. Meer hierover: http://www.academieaandeangstel.nl/blog/item/vakantie-ferien-urlaub
Vriendelijke groet,
de redactie

Marleen - 2 mei 2017 07:22

In den Ferien want Ferien is meervoud ;-)

Reageer
Stephan Schleim Marleen - 17 mei 2017 15:59

Het meervoud ("die Ferien") verklaart echter niet de fout.

Je kunt zeggen: "In *den* Ferien habe ich Zeit." (Antwoord op de vraag: Wann? Wanneer?)

Maar anders kan het ook: "Ich gehe in *die* Ferien." (Antwoord op de vraag: Wohin? Waar naartoe?)

Kijken we naar de verbuiging:

nominatief: die Ferien
genitief: der Ferien
datief: den Ferien
accusatief: die Ferien

dan zien we dat het een datief of accusatief is.

Maar waarom? Omdat het zo is. (prepositie "in" = met datief of accusatief)

Wiebke Pittlik Marleen - 8 mei 2017 11:35

That's the point: "Maar ik moet die veertienjarigen nu genadeloos afrekenen op dat ze ‘in der Ferien’ schrijven, waardoor het hen vaak compleet ontgaat dat het leuk zou zijn om 'in der Ferien' eens naar Duitsland te gaan." mvg de redactie

Kevin - 1 mei 2017 22:12

Ik heb "Aus ausser bei mit nach zeit von zu" in mijn hoofd gestampt op school maar bij de eerste mogelijkheid direct de Duitse taal laten vallen (net als Frans)

10 jaar later woon ik samen met een Duitse in Nederland... maar de Duitsers die ik heb leren kennen in Duitsland waarderen wel dat je probeert hun taal te spreken!

Reageer
Chris Linek - 1 mei 2017 20:35

Als je in klas twee al EXPLICIET met naamvallen begint, dan wordt een vreemde taal inderdaad een heel hoog hek.

Reageer
linda - 1 mei 2017 17:48

Stimmt genau

Reageer
Maximaal 500 tekens toegestaan

Lees meer over 'Duitse taal':

Taaldorp met 'Prügelei'

Taaldorp met 'Prügelei'

Beginnend docente Duits Iduna Paalman wordt tijdens haar taaldorp - een rollenspel - op school volkomen verrast door een 'Prügelei'.

Lees meer

Hilf mir!

Hilf mir!

Het is juni, de leerlingen zijn er klaar mee, maar docente Duits Iduna Paalman moet hen nog een maand bij de les houden.

Lees meer

Der Sitzpinkler und die gnädige Frau

Der Sitzpinkler und die gnädige Frau

We vroegen op Twitter om mooie Duitse woorden om de #DagvandeDuitsetaal te vieren. Het resultaat was verrassend!

Lees meer

Woher kommst du?

Woher kommst du?

Een luisteroefening zorgt voor ophef in de multiculturele klas van lerares Duits Iduna Paalman, die sinds kort voor de klas staat in Amsterdam. Column.

Lees meer


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger