Duitslandweb logo Duitslandweb

Het onbekende lot van gevluchte Joodse kinderen

Achtergrond - 5 mei 2017 - Auteur: Josta van Bockxmeer

In Nederland waren eind jaren dertig zo’n 50 opvangkampen voor Joodse kinderen die alleen uit Duitsland en Oostenrijk waren gevlucht. Hoe het deze kinderen is vergaan, is lang onduidelijk gebleven. Miriam Keesing brengt hun lot in kaart. Op 4 mei sprak ze daarover in Amsterdam, samen met Mirjam Weitzner, die in zo’n opvangkamp heeft gewoond.

Het onbekende lot van gevluchte Joodse kinderen © Josta van Bockxmeer
Weitzner en Keesing voor een voormalig opvanghuis voor Joodse kinderen in Amsterdam

“We dachten dat we op vakantie gingen”, zegt Mirjam Weitzner. Kort na de Reichspogromnacht – in Nederland ook Kristallnacht genoemd - van 9 november 1938 zetten haar ouders het toen 8-jarige meisje op de trein. Vanuit haar woonplaats Essen reisde ze samen met zes andere kinderen naar Nederland. “Als ze vragen waar je naartoe wil, zeg je: ‘Naar Engeland’”, zeiden haar ouders. Zo werd Weitzner een van de rond tweeduizend alleenstaande minderjarige vluchtelingen die eind jaren dertig naar Nederland kwamen.

De kleine vrouw met roodbruin geverfd haar en een bril met getinte glazen staat in de woonkamer van de voormalige Herberg Zeeburg. Het huis maakte eind jaren dertig deel uit van een opvangkamp voor Joodse kinderen die zonder familie uit Duitsland en Oostenrijk waren gevlucht. Tijdens het programma 'Open Joodse Huizen – Huizen van Verzet' op 4 mei vertelt 86-jarige Weitzner haar verhaal samen met onderzoekster Miriam Keesing. Keesing brengt de geschiedenis van de gevluchte Joodse kinderen in Nederland in kaart. Met haar onderzoek maakt ze het lot zichtbaar van een groep vluchtelingen die tot nu toe vrijwel onbekend was. Veel nabestaanden van in de oorlog verdwenen kinderen weten pas nu, door Keesings onderzoek, wat er met hen is gebeurd.

Streng vluchtelingenbeleid

Kristallnacht maakte veel Joden die nog in Duitsland woonden duidelijk dat ze echt niet konden blijven”, zegt Keesing. In de dagen en weken die volgden, stuurden veel ouders hun kinderen op reis. In Londen vond overleg plaats over de opvang van Joodse vluchtelingen. Ook de Nederlandse regering kondigde aan 1500 kinderen op te willen nemen. Ze kwamen met de zogenaamde kindertransporten de grens over. Dat waren door de overheid georganiseerde treinen, maar ook door ouders zelf georganiseerde groepen, zoals bij Weitzner. In totaal kwamen ongeveer 2000 Joodse kinderen uit Duitsland en Oostenrijk naar Nederland.

In de weken die op de Reichspogromnacht in 1938 volgden, stuurden veel ouders hun kinderen op reis

De opvang van de kinderen en ook van volwassen vluchtelingen na de Reichspogromnacht was een verandering van het Nederlandse toelatingsbeleid voor Joodse vluchtelingen. Dat was vanaf 1935 steeds strenger geworden. Na de Anschluss van Oostenrijk in 1938 kondigde minister van Justitie Carel Goseling zelfs aan alle vluchtelingen terug te willen sturen. Alleen bij acuut levensgevaar wilde hij een uitzondering maken. De dreigende deportatie naar een concentratiekamp viel daar niet onder.

Ontmoediging

Nederland telde ongeveer vijftig opvangkampen voor Joodse kinderen die uit Duitsland waren gevlucht. Het vluchtelingenkamp aan het einde van de Zeeburgerdijk was van november 1938 tot en met maart 1940 in gebruik. De voormalige herberg deed dienst als bestuurskantoor. Hoewel de Nederlandse regering in het begin alleen kinderen wilde toelaten die familie hadden in Nederland, mochten de kinderen niet bij hun familie wonen. Families die een kind naar Nederland wilden halen, moesten 50 gulden per maand betalen voor hun onderhoud, toen veel geld. “Het beleid was op ontmoediging gericht en niet op integratie”, zegt Keesing. Maar kinderen die illegaal naar Nederland kwamen, werden volgens haar niet teruggestuurd.

In de opvangkampen voor de Joodse kinderen heersten slechte leefomstandigheden

In de kampen heersten slechte leefomstandigheden. Weitzner verbleef eerst een paar dagen bij een gezin in Amersfoort en daarna in een opvangkamp in Soesterberg. Toen dat kamp sloot, werd ze overgeplaatst naar het Burgerweeshuis in de Amsterdamse Kalverstraat. “Ik vond het vreselijk”, zegt ze. “We sliepen in een zaal met heel veel kinderen. Het was donker. We hadden geen contact met de buitenwereld.” De 10-jarige Ruth Herskovits kwam in januari 1939 aan op de Zeeburgerdijk. In een boek dat ze later schreef, staat: “Het eten werd in grote, metalen mokken geserveerd en smaakte ook metalig. We stonden lang in de rij voor een lepel dikke, felgele ‘kippensoep’. Het was bijna niet te eten. Buiten was het koud en vochtig en de barakken waren niet goed verwarmd.”

Overleven in de oorlog

Vanaf midden 1939 mochten steeds meer gevluchte kinderen bij pleeggezinnen wonen. “De regering had door dat de kampen te duur waren, omdat veel families geen 50 gulden per maand konden betalen”, zegt Keesing. De meeste volwassen vluchtelingen verhuisden naar opvangkamp Westerbork, dat vanaf 1942 door de Duitsers werd gebruikt als doorgangsstation naar de vernietigingskampen. Weitzner verbleef vanaf augustus 1939 bij een man in Amsterdam-Zuid. “Hij bracht een rode bal mee”, herinnert ze zich. “Ik was daar zo blij mee. Dat was iets. Een bal!” Later trok ze bij haar oudere zus Sabine in. Die was al eerder naar Nederland gevlucht en inmiddels getrouwd. Samen met haar zus en zwager verhuisde ze naar de jodenbuurt in Amsterdam-Oost.

'Van de twaalfhonderd kinderen die in Nederland bleven, heeft de helft het overleefd'

Bij een razzia in 1943 werden ze met zijn drieën opgepakt en naar Westerbork gedeporteerd. De nazi’s deporteerden Weitzner van daaruit naar Bergen-Belsen. Sabine en haar zwager heeft ze nooit meer teruggezien. Ook haar ouders zijn in de oorlog vermoord. Zelf overleefde ze vijf concentratiekampen. “Ik heb het door toeval overleefd”, zegt ze. Enkele jaren geleden vertelde ze daar ook over in het Reformatorisch Dagblad. Bij aankomst in Auschwitz fluisterde een jongen in kampkleding haar en haar vriendin Annie bijvoorbeeld toe dat ze moesten zeggen dat ze 16 waren en gezond. Ze waren pas 14, maar mochten toch naar de rij met gevangenen die niet direct naar de gaskamers hoefden.

Hereniging moeilijk

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog was ongeveer een derde van de kinderen uit Keesings onderzoek doorgereisd naar andere landen, zoals Engeland, de VS en Palestina. “Van de twaalfhonderd die hier nog waren, heeft de helft het overleefd”, zegt ze. Ze zijn ondergedoken of teruggekeerd uit concentratiekampen. Velen van hen hadden geen familie meer. En als ze die wel hadden, verliep de hereniging vaak moeilijk. Ursula Krechel beschrijft in haar boek 'Landgericht' dat de banden tussen gevluchte Joodse kinderen en hun ouders vaak verscheurd waren. Ze waren teveel van elkaar vervreemd en trauma’s stonden in de weg.

Weitzner keerde na de oorlog vanuit het werkkamp Märzdorf, in het huidige Tsjechië, terug naar Amsterdam. “Er was niemand meer”, zegt ze. Uiteindelijk reisde Weitzner naar haar twee oudere broers in Palestina. De jongste was 9,5 jaar ouder dan zij. “Die kon ik me nog herinneren. Daar was ik heel dol op. Maar toen ik hem ontmoette, dacht ik: dat is niet mijn grote broer. Hij was net zo groot als ik. Dat was een enorme teleurstelling.” Ze woonde 18 jaar in Palestina, voordat ze met haar man terugkeerde naar Europa.

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

Lees meer over 'Nationaal-socialisme':

'Het is tijd dat kleinkinderen zich met oorlog bemoeien'

'Het is tijd dat kleinkinderen zich met oorlog bemoeien'

Matthias Neukirch maakte van de zoektocht naar het verleden van zijn opa, een SS-officier, een intiem theaterstuk.

Lees meer

‘Duitse steun aan Drie van Breda schrikbarend groot’

‘Duitse steun aan Drie van Breda schrikbarend groot’

Historicus Felix Bohr over de steun van de bondsregering aan de Duitse oorlogsmisdadigers in Breda.

Lees meer

De Gertrud-Kolmar-Straβe

De Gertrud-Kolmar-Straβe

Filosoof en ideeënhistoricus Maarten Doorman over de minst spectaculaire plek van Berlijn in deze eerste column van een nieuwe reeks.

Lees meer

De herdenkingscultuur

De herdenkingscultuur

Op weg naar de wc in een Gasthof op de Obersalzberg in Beieren stuit Merlijn Schoonenboom ineens op een foto van Adolf Hitler.

Lees meer


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger