Het praktisch idealisme van Kohnstamm
Kohnstamms Europese dagboeken gepubliceerd

Achtergrond - 26 maart 2008

(26 maart 2008) De diplomaat Max Kohnstamm stond in Nederland vooral bekend als een tikje naïeve Europese idealist. Dat beeld moet worden bijgesteld, nu uit zijn gebundelde dagboeken uit de jaren vijftig blijkt hoe dat idealisme de geslaagde basis vormde voor een zeer pragmatische politiek.

Max Kohnstamm met naast hem staatssecretaris Frans Timmermans. Afbeelding: Annabelle Arntz, Duitsland Instituut Amsterdam“Dit boek is doordesemd met nationaal belang,” zo wil Frans Timmermans gezegd hebben. “Maar om het culinair te zeggen, op een bedje van Europees idealisme, geïnspireerd door de gedachte: er mag ons nooit meer overkomen wat ons is overkomen”, plakt hij daar gehaast aan vast.

Want de rede die de staatssecretaris voor Europese Zaken begin maart uitsprak bij de presentatie van de gebundelde dagboeken van Max Kohnstamm was veelzeggend getiteld: ‘Kiezen we voor hoop, of angst?’.

Met deze retorische vraag liet hij zien de herwaardering te volgen die samensteller Mathieu Segers met zijn boek beoogde voor het idealisme van de Nederlandse diplomaat en Europeaan van het eerste uur Kohnstamm.

Gemeenschappelijkheid

In zijn inleiding legde de Utrechtse historicus Segers uit hoe Kohnstamm, op dat moment hoofd van het bureau Duitsland op Buitenlandse Zaken, begin jaren vijftig werd gegrepen door de ideeën van de Franse politicus Jean Monnet.

Die ideeën braken met het meest gangbare fundament voor internationale samenwerking: het uit wederzijdse wantrouwen waarborgen van de internationale machtsbalans – de ‘angst’ uit de titel van Timmermans’ toespraak.

In plaats daarvan sprak Monnet van Europese samenwerking in termen van de ‘macht van de gemeenschappelijkheid’, woorden die Kohnstamm inspireerden.

Kolen en Staal

Toen Monnets ideeën vorm leken te krijgen in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, zorgde Kohnstamm ervoor dat hij betrokken werd bij de verdragsonderhandelingen. Hij werd in Parijs vice-voorzitter van de Nederlandse delegatie, waar het verdrag in april 1951 werd getekend.

Daarmee ving het proces van Europese eenwording feitelijk aan, dat tot de dag van vandaag echter vooral wordt gezien in het licht van de nationale belangen van de verdragspartners.

Het schitterende van Kohnstamms dagboeken is, aldus Segers, dat daaruit blijkt hoe het eenwordingsproces achter de schermen juist werd vormgegeven door mensen met supranationale idealen.

Cruciale rol

Met name in de jaren voorafgaand aan de ondertekening van de Verdragen van Rome in 1957 – de geboorte van de EEG – speelden mannen als Monnet en Kohnstamm zelf, zo Segers in zijn introductie, een cruciale rol:

“Bij lezing van de Europese Dagboeken van Max Kohnstamm wordt uit eerste hand duidelijk hoe het Monnet en Kohnstamm lukte het Europese integratieproces levend te houden en belangrijk bij te dragen aan het welslagen van de moeizame relance européenne: van de Resolutie van Messina in juni 1955 tot de ondertekening van de Verdragen van Rome in maart 1957.

Dit allemaal met behulp van creatief denkwerk en vaak uiterst realistisch politiek pragmatisme met als doel een revolutionaire verandering van de context van de Europese betrekkingen in de richting van gemeenschappelijkheid.”

Carrière in Europa

Max Kohnstamm tijdens de presentatie van zijn gebundelde dagboeken. Afbeelding: Annabelle Arntz, Duitsland Instituut AmsterdamKohnstamm had in de jaren die dit boek beslaan, augustus 1953 tot september 1957, al definitief gekozen voor een carrière in Europa, eerst bij de Hoge Autoriteit van de EGKS in Luxemburg en vanaf 1956 als Monnets rechterhand bij diens Actiecomité voor de Verenigde Staten van Europa.

In die laatste hoedanigheid voerde hij, die tijdens de oorlog verschillende gijzelaarskampen in Nederland overleefde, een intensieve lobby in Duitsland. Ook dat moet volgens Segers worden gezien in het licht van Kohnstamms idealisme.

De gedachte van een verenigd Europa, niet geleid door angst voor elkaar, maar door het idee van gemeenschappelijkheid, behelsde namelijk een radicaal andere kijk op Duitsland dan in die jaren gangbaar was.

Angst

De angst voor een te machtig Duitsland was zo vlak na de Tweede Wereldoorlog vanzelfsprekend groot. Het land stond onder controle van de geallieerde bezettingsmachten en had zich als het aan hen lag voorlopig vooral koest te houden.

In de Europese gedachte van Monnet en Kohnstamm paste echter een partnerschap met Duitsland op basis van gelijkwaardigheid, iets waar Kohnstamm in Segers woorden “ondanks en dankzij zijn bittere oorlogservaringen” voor vocht.

De werkelijke hoop op een duurzame vrede zag hij immers juist in die op gelijkwaardigheid en gemeenschappelijkheid gebaseerde Europese samenwerking.

Concessies

Dat die samenwerking met de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap in 1957 een definitief karakter zou krijgen, stond op voorhand allerminst vast. Het EEG-plan verlangde veel concessies van Duitsland om Frankrijk over te halen zijn steun aan de Gemeenschap te verlenen. Dat leidde binnen de Duitse regering van kanselier Adenauer tot veel weerstand.

Bovendien was het plan waarvoor Monnet en Kohnstamm vochten slechts één van de vele alternatieven voor samenwerking binnen Europa. Het is voor een belangrijk deel de verdienste geweest van Kohnstamm, dat Duitsland uiteindelijk toch zijn zegen gaf aan de Verdragen van Rome.

Dat blijkt wel uit diens dagboeken, waarin gedetailleerd aan het licht komt hoe hij zijn idealisme wist te verpakken in een slimme en vooral pragmatische lobby.

Idealisme en pragmatisme

Exemplaren van 'De Europese dagboeken van Max Kohnstamm'. Afbeelding: Annabelle Arntz, Duitsland Instituut AmsterdamMeer dan enkel uit nationale belangen is het Europese integratieproces voortgekomen uit precies die combinatie van idealisme en pragmatisme. Die les vormt de grootste waarde van Kohnstamms Europese dagboeken en was voor Segers de reden om ze met deze publicatie voor een groot publiek beschikbaar te maken.

Volgens staatssecretaris Timmermans zouden de Europese lidstaten zich daarvan ook tegenwoordig wat vaker bewust moeten worden, als hij zijn toespraak afsluit met de bekentenis dat hij het praktische idealisme van Kohnstamm zeer inspirerend vindt:

“Hij leert ons wat het fundamentele onderscheid is tussen utopisme en idealisme. […] Erkennen dat we gezamenlijke problemen hebben die om een gezamenlijke oplossing vragen. Dat vind ik niet utopisch, dat vind ik idealistisch. Het is ook dichter bij dan we ons vaak realiseren.

En misschien dat mensen als Max Kohnstamm, die het natuurlijk veel moeilijker hadden dan wij ooit gehad hebben door wat zij hadden meegemaakt dat die ons allemaal een voorbeeld kunnen zijn over hoe wij ook onze problemen van vandaag het hoofd kunnen bieden.”

Pim Huijnen is redacteur van het Duitslandweb.

Lees hier de toespraak van Frans Timmermans op de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het boek 'De Europese dagboeken van Max Kohnstamm. Augustus 1953 - September 1957', bezorgd door Mathieu Segers (Uitgeverij Boom, Amsterdam 2008) kwam mede tot stand met steun van het Duitsland Instituut Amsterdam.

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger