Democratie in de Duitse les
Onderwijsblog: Het blog van de onderwijsafdeling van het DIA
Onderwijs - 13 april 2026
- Auteur:
Elian de Jong
Hoe maken we onze samenleving weerbaarder? Hoe bereiden we jongeren voor op een onzekere toekomst? In het jaar waarin het Duitsland Instituut Amsterdam (DIA) haar 30-jarig bestaan viert, is de wereld in hoog tempo instabieler en onvoorspelbaarder geworden. Dit lustrumjaar staat daarom in het teken van democratie en pluralisme. In dat kader organiseerde de afdeling Onderwijs & Uitwisseling op 2 april 2026 een netwerkmiddag voor docenten Duits met als thema ‘Democratie in de les’. De docenten gingen in gesprek met webredacteur Marja Verburg en filosoof Joris Verheijen, onder leiding van DIA-medewerker Synke Hotje.
Na een kennismaking bespraken de deelnemers, onder het genot van Kaffee und Kuchen, hun ‘superkrachten.’ Naar voren kwamen termen als empathisch, doelgericht, creatief en meertalig. Vervolgens kwam de diversiteit aan schoolcontexten aan bod. In hoeverre krijgen leerlingen op de verschillende scholen de wereld eigenlijk mee? Waar de een positief sprak over kritisch geëngageerde scholieren, zag de ander juist een gebrek aan maatschappelijke betrokkenheid onder jongeren. Overeenstemming vonden de docenten in het feit dat de verhoudingen zijn verhard. Jongeren zijn agressiever geworden, zo observeerde een deelnemer. De geopolitieke onzekerheid en de polarisatie zijn meer dan voorheen de klas binnengedrongen. Hoe ga je daar als docent mee om?
Het gesprek verschoof naar burgerschapsonderwijs en de verschillen tussen Nederland en Duitsland. Docenten deelden hoe scholen via vakoverstijgend onderwijs proberen het bewustzijn van leerlingen te vergroten. Zo wordt in een Duitse les in Bilthoven het thema tolerantie behandeld als onderdeel van de schoolbrede burgerschapsopdracht. De gedachte daarachter: leerlingen worden niet alleen taalvaardiger in het Duits, maar leren ook betekenisvol. Toch waren de meeste aanwezigen van mening dat burgerschap in Nederland nog te weinig samenhang heeft. Hoe anders is dat in Duitsland? En waar komt dat verschil vandaan?
Marja Verburg, kenner van de Duitse politiek en Nederlands-Duitse betrekkingen, lichtte toe dat het besef van democratische weerbaarheid in Duitsland dieper is geworteld dan in Nederland. Met de Tweede Wereldoorlog als historisch referentiepunt is een sterk plichtsbesef ontstaan om de democratie te beschermen. Het principe van Wehrhafte Demokratie is verankerd in de grondwet, en instellingen als de veiligheidsdienst Bundesverfassungsschutz waken over het democratisch bestel. Deze politieke cultuur werkt door in het onderwijs, waar burgerschapseducatie nadrukkelijk focust op historische verantwoordelijkheid en de democratische rechtsorde.
Tegelijkertijd groeit ook in Duitsland de onvrede met het systeem. Radicaalrechts is in opmars, onder meer te zien in de steun voor Alternative für Deutschland (AfD), die door de Bundesverfassungsschutz wordt gemonitord. Deze ontwikkeling houdt ook Nederland een spiegel voor: hoe is een democratie nog te verdedigen als mensen kiezen voor extremistische, zelfs antidemocratische alternatieven?

De deelnemers merkten op dat juist de politiek en het onderwijssysteem hun mogelijkheden beperken om als docenten deze ontwikkelingen het hoofd te bieden. Van docenten wordt verwacht – en hier speelt ook de druk vanuit ouders mee- dat zij zich neutraal opstellen om de vorming van leerlingen niet te beïnvloeden, op het moment dat maatschappelijke spanningen zich steeds nadrukkelijker in de klas manifesteren.
Maar het is deze dominante trend in het onderwijssysteem, zo vertelt filosoof Joris Verheijen, die bijdraagt aan de uitholling van vrije vorming en daarmee de verminderde weerbaarheid van individuen. In zijn lezing, gebaseerd op zijn proefschrift ‘Revolutie in de Schoolgang’, bekritiseert hij het resultaatgerichte onderwijs en het bijbehorende rendementsdenken. In plaats van kritische vorming en emancipatie, stelt Verheijen, leidt het onderwijs tot legitimatie van de bestaande orde en disciplinering van het individu. Wat nodig is, is een maatschappelijke en politiek betrokken Bildung.
In het verlengde daarvan benadrukte Verheijen dat democratie nooit af is, maar altijd in ontwikkeling en afhankelijk van betrokken burgers. Het onderwijs, van maatschappijleer tot Duits, kan daarin een rol spelen door ruimte te bieden voor vrije vorming, voor het verkennen van eigen perspectieven en het kritisch bevragen van bestaande structuren. Bij het werken aan een curriculum voor burgerschap zijn dit volgens Verheijen relevante aanknopingspunten voor scholen.
Artikelen in de Onderwijsblog zijn op persoonlijke titel geschreven.
