Wolkenfetzen

Wolkenfetzen
© Carolien Zimmermann draagt haar verhaal voor (foto: DIA)

Een kort verhaal van Carolien Zimmermann.

– Wenn Sie ein Buch schreiben würden, wovon würde es handeln?

Beate keek haar medepassagier verbaasd aan.

– Interessante Frage.

Haar ogen gleden naar het met sneeuw bedekte landschap buiten de trein.

– Was mich gerade beschäftigt, ist das Thema Abschied. Mein Elternhaus in Berlin steht noch. Aber
meine Mutter ist verstorben und mein Vater wird zweiundneunzig. Es wird den Moment geben, an dem ich mich von meiner Geburtsstadt Berlin verabschieden muss. Mein Leben spielt sich jetzt in den Niederlanden ab.

Opeens begon Beate te twijfelen: is abspielen wel Duits of verduitst Nederlands? Naast haar schoof de man onrustig heen en weer. Kort na vertrek uit Berlijn had hij zich voorgesteld als Herr Gohlke. Hij was onderweg naar een reünie in Karlsruhe. Zij naar haar andere thuis, Nederland. Een reis die ze in vijfendertig jaar al bijna honderd keer had gemaakt.

Herr Gohlke zuchtte luid.

– Oh Mann, ja, wir mussten mein Elternhaus in Ersingen entrümpeln. Was diese Generation alles
aufgehoben hat, ist zum Verrücktwerden. Mein Alter sammelte Plastikschalen!
Säckeweise haben wir Müll zum Werststoffhof gefahren. Und die ganzen Reliquien aus den Kriegen. Nichts durfte weg.

De heftigheid waarmee hij sprak verraste haar. Duitsers leken haar vaak rationeler dan
Nederlanders. Tot het gesprek op politiek kwam. Dan konden ze fel worden. Dat miste ze soms in
Nederland, waar gesprekken meestal over werk, vakanties en de kinderen gingen.

– Und Sie? Worüber würden Sie ein Buch schreiben?

Zijn handen vormden een kom.

– Über eine Blume. Eine Knospe, die sich öffnet: Europa. Wie die Länder sich zusammengeschlossen haben. Weg vom Nationalismus. Hin zu etwas Größerem.

– Also ein politisches Buch?

Hij schudde zijn hoofd.

– Nein. Ein Hoffnungsbuch.

Plotseling schoot hij overeind.

– Ein Wolf!

Maar de trein was de opening tussen de bomen al voorbij.

– Ohne Scheiß. Ich habe ihn genau gesehen. Grau im weissen Schnee.

Wanhopig zocht Beate nog tussen de donkere stammen.

– Auch in Holland gibt es wieder Wölfe. Ein bisschen zu viel. Für so ein kleines Land.

Hun gesprek werd onderbroken door de conducteur. Herr Gohlke haalde een geprinte versie van het ticket uit zijn jaszak; Beate hield haar telefoon omhoog.

Buiten maakten de bossen plaats voor glooiende heuvels. Beate hield van die rust, van wolken die
stil leken te hangen. Zo anders dan de door de wind uiteengereten Wolkenfetzen aan de Nederlandse kust. Een Nederlands woord vond ze niet. Sommige woorden bleven trouw aan hun eigen landschap.

De Muur was gevallen. Europa had een gezamenlijke munt. Maar de talen bleven gescheiden.

– Könnte es sein, dass sich der Wolf durch die Wiedervereinigung in den Niederlanden angesiedelt
hat? Weil die Mauer weg war?

– Ja, möglich. Für Tiere war der Grenzzaun genauso eine Barriere wie für Menschen. Von der Mauer
haben wir in Ersingen nur wenig mitbekommen. Die meisten aus meiner Klasse blieben dort. Erst in
den Neunzigern zogen manche weg. Ich auch, in die Stadt meiner Großeltern. Und heute kommen sie aus allen Windrichtungen: Bremen, Stralsund, Passau, Chemnitz – eine sogar aus Australien.

De intercom kondigde Hannover aan.

– Gute Weiterreise. Oder sollte ich Heimreise sagen? Es war nett, Sie kennengelernt zu haben.

– Danke, gleichfalls. Ihnen viel Spaß beim Klassentreffen.

Hij stapte uit zonder nog om te kijken.

Na Hannover liep de trein vol. Kinderstemmen vulden het gangpad, koffers schuurden langs stoelen. Beate leunde met haar hoofd tegen het raam.

Toen de bebouwing overging in open land, gleden haar ogen langs bosranden, weilanden en witte
akkers. Ze bleef zoeken. Naar een wolf. Een hert, een wild zwijn.

Maar toen de trein Nederland binnenreed, had ze niets gezien.

Alleen haar gezicht dat in de weerkaatsing van het raam als losse slierten uiteen werd gejaagd.

 

↑
top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger